Hoe god verdween uit Jorwerd.
Amsterdam: Atlas 1998
Hoofdstuk XII: Epiloog
In de zomer van 1978 pleegde Hendrik Meinsma zelfmoord. Deze dood was zowel een schok voor zijn vrouw als voor de hele gemeenschap. Ook was deze dood één van de kenmerken voor de vele veranderingen die plaatsvonden in het plaatsje Jorwerd en in Friesland in het algemeen.
Volgens Tolstoj heeft een verschijnsel meerdere oorzaken, maar wijzen mensen meestal maar één oorzaak aan, de voor hen meest begrijpelijke.
***
Volgens Wichers was er tot 1965 weinig verandering in de plattelandscultuur. Hierin waren arbeid, soberheid en armoede een deugd. Bovendien waren er strenge regels omtrend sexualiteit, zo was het huwelijk bijvoorbeeld een zakelijke overeenkomst. Verder was de dorpsgemeenschap een gesloten gemeenschap, wat wil zeggen, dat er niet veel plaats was voor individualiteit en dat de gemeenschap voor een groot deel was afgesloten van de buitenwereld. Na 1965 kwamen er vele en snelle veranderingen, men moest het bedrijf steeds weer aanpassen aan nieuwe regels en nieuwe technologien. Hiervoor was het nodig het bedrijf steeds verder uit te breiden, wat veel boeren niet lukte en waardoor veel boeren moesten stoppen met hun bedrijf.
***
Volgens de boeren zijn de problemen die zich in en rond het bedrijf voordoen hun eigen verantwoordelijkheid. Zij schamen zich dan ook voor deze problemen, keren zich in zichzelf, wat uiteindelijk leidt tot vele zelfmoorden. De boeren zijn ook bang voor de gevolgen van alle veranderingen. Omdat het zo veel boeren betreft, zijn er hulpinstanties opgezet. De boeren hebben het gevoel dat de boereninstanties, milieuorganisaties en banken zich tegen hen hebben gekeerd. Tenzij zij zelf het bedrijf opheffen, zullen ze altijd het gevoel hebben, dat de opheffing van hun bedrijf de schuld is van iemand anders.
***
Ook ontstaan er generatiekloven, zowel tussen ouders en kinderen als in personen zelf. Dit komt doordat door alle veranderingen de verwachtingen niet meer altijd uitkomen. De bestaande opvattingen moeten ook veranderen om mee te gaan met de tijd.
Men moet stoppen vanwege milieueisen en vanwege de familiecultuur. In het boerenbedrijf was de familie altijd van groot belang voor arbeidskrachten, maar ook voor de continuïteit van het bedrijf. Door de opkomende individualisering willen kinderen niet altijd meer het bedrijf overnemen en komt de continuïteit in het gedrang. Ook zijn er vaak problemen met de erfenis als er toevallig wel een opvolger is. Verder kan er bij in moeilijkheden verkerende bedrijven sprake zijn van kinderarbeid.
***
Er vinden allerlei veranderingen plaats, waarbij o.a. de positie van de boeren veranderd. Volgens Mak verdwijnt de boerenstand.
Door de toenemende werkloosheid weet de provincie ook niet meer wat te doen en probeert het de problemen op te lossen door oplossingen van buiten de provincie aan te trekken. Alle achterstandsproblemen van de provincie werden door de regering niet van belang geacht.
***
Mak vraagt zich af, waarom de mensen zo gelaten zijn over de veranderingen. Volgens hem komt het door de mentaliteit van de boerenbevolking: Veranderingen zijn het gevolg van het lot en daar kan je niks tegen doen.
De cultuur is ook aan het veranderen van een vertrouwenscultuur in een zakelijke cultuur. De sociaal-economische ontwikkelingen zijn vreemd: aan de ene kant is het moeilijk een bedrijf overeind te houden, aan de andere kant brengt het bij verkoop wel veel geld op.
***
De angstgevoelens zijn niet onbekend voor de mensen, maar die gevoelens werden vroeger opgevangen door een levensordening. Tegenwoordig is die ordening ook langzaam aan het veranderen naar een ordeningssysteem van de stad. Dit wordt overigens versneld door de media.
In de zomer van 1996 werd de Jorwerter Merke gevierd, waarbij het leek dat het leven voor iedereen gewoon doorging, zij het soms in een ietwat andere vorm. Naast verandering was er dus ook nog sprake van continuïteit.